Samenvatting van de interventielogica
De CSA Benin en de UNSTB blijven zich richten op de organisatie van werknemers, ook in de informele sector. Dit komt voort uit de overtuiging dat de rechten van elke werknemer en elke werkneemster moeten worden verdedigd, maar ook uit het besef dat er op dit vlak een enorm groeipotentieel ligt. De coronapandemie en met name de maatregelen van de regering hebben op trieste wijze aangetoond dat de pandemie de werknemers en werkneemsters in de informele economie aanzienlijk harder trof. Grotere en dus sterkere vakbonden versterken de onderhandelingspositie. Dit is cruciaal voor de komende jaren, waarin discussies over de rechtvaardige transitie steeds belangrijker zullen worden. De vakbonden begeleiden ook informele werknemers bij het formaliseren van hun werk. Benin is namelijk een van de weinige landen die hiervoor een procedure heeft ontwikkeld. Bovendien krijgen werknemers in de informele sector de kans om opleidingen te volgen om hun bedrijf duurzamer en efficiënter te runnen. Het belangrijkste doel is om het inkomen en dus het bedrijf zelf te bestendigen, ongeacht de activiteit.
De CSA Benin en de UNSTB zullen hun expertise uitbreiden rond de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen, maar vooral rond de rechtvaardige transitie. Zij hebben namelijk de ambitie om, samen met bevriende maatschappelijke organisaties, eigen voorstellen te doen om ervoor te zorgen dat de onvermijdelijke transitie daadwerkelijk rechtvaardig verloopt. Ze willen de werknemers en werkneemsters centraal stellen in het debat en er tegelijkertijd voor zorgen dat het publieke debat inclusief is. Gemeenschappen, werknemers, kwetsbare sociale groepen, … moeten aan dit cruciale debat kunnen deelnemen en bij de besluitvorming betrokken worden. Een grote uitdaging gezien het politieke en economische beleid van de zittende president.
Om deze punten op een geloofwaardige manier te kunnen realiseren, willen de twee organisaties hun interne democratie en vooral de sociale inclusie versterken. Informele werknemers moeten zich kunnen aansluiten bij de besluitvormingsstructuren van de vakbonden en ook vrouwen moeten nauwer bij het vakbondswerk worden betrokken. Het doel is om een evenwichtige verhouding tussen mannen en vrouwen in het leiderschap te bereiken.
De CSA-Benin en de UNSTB zijn lid van de ITUC-Afrika. Beide organisaties zijn ook betrokken bij het migratieproject (een regionaal project gecoördineerd door de ITUC Afrika).
De CSA Benin en de UNSTB nemen bovendien deel aan het pan-Afrikaanse programma voor arbeidersonderwijs (PANAF). Het gaat om een samenwerkingsprogramma tussen vakbonden, gebaseerd op de methodologie van de studiekringen. Dit programma wordt in 15 Afrikaanse landen ontwikkeld en geleid door Union to Union (Zweden) (Union to Union = het ISVI in Zweden dat het beheer van ontwikkelingsprojecten verzorgt via SIDA (de Zweedse DGD) voor LO en TCO), CUT (Brazilië), de ITUC-Afrika, de organisatie African Trade Union Unity, OATTU en het ABVV. De centrale strategie van dit programma bestaat erin een vakbondsbeweging te ontwikkelen die eensgezind optreedt. De methode van de studiekringen stelt de vakbonden in staat om met een minimum aan middelen een maximum aan werknemers te bereiken.
Partners:
- CSA-Benin – Confédération des Syndicats Autonomes du Bénin
- UNSTB – Union Nationale des Syndicats des Travailleurs du Bénin
Samenvatting van de belangrijkste activiteiten
- Vakbondsbeleid uitwerken en implementeren om de interne inclusie te versterken;
- Begeleiders van de studiekringen opleiden;
- Studiekringen organiseren;
- Werknemers begeleiden en opleiden tijdens hun overgang naar een formele baan;
- Vakbondsleiders opleiden op het gebied van de SDG’s en de Just Transition;
- Schendingen van vakbonds- en mensenrechten formeel aan de kaak stellen;
- Pleiten voor de ratificatie van C190;
- Zorgen voor de monitoring van het project en de partners.
