In 2017, met meer dan 46,1 miljoen inwoners, stond Kenia op plaats 146 van 187 in de Human Development Index (HDI) van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties. De belangrijkste inkomstenbronnen zijn enerzijds de export van koffie en thee en anderzijds het toerisme (nationale parken en natuurreservaten). Als gevolg van de zware droogte van 2016 en tijdens een groot deel van 2017 waren de oogsten zeer slecht en stegen de consumptieprijzen met 6,68%.
Na de economische en financiële crisis kwamen duizenden arbeiders zonder werk te zitten. 80% van de bevolking leeft onder de armoedegrens en meer dan 60% van de bevolking op arbeidsleeftijd is werkloos, waarvan het merendeel jongeren. Meer dan 60% van de werkende bevolking werkt op basis van daglonen en meer dan 70% is actief in de informele economie, waar rechten en bescherming niet gelijk zijn aan die in de formele economie. De informele economie vormt het grootste deel van de Keniaanse arbeidsmarkt. In deze sector worden geen belastingen betaald, is er geen arbeidsinspectie en ontbreken duidelijke regels. Het is nochtans deze sector die het merendeel van de nieuwe jobs creëert, wat betekent dat de meeste Keniaanse werknemers in onzekere, vaak gevaarlijke en onhygiënische omstandigheden werken, zonder sociale bescherming en zonder vakbonden die hen verdedigen.
Het is dan ook niet overdreven om te stellen dat de voordelen van de economische groei vooral naar de Keniaanse elite gaan. De middenklasse groeit wel relatief sterk, maar ook in de formele economie blijft de situatie problematisch. De toename van onderaanneming, dagcontracten en andere vormen van flexibilisering maakt vakbondswerking bijzonder moeilijk en vormt een grote uitdaging. Vakbonden zoeken nog steeds naar manieren om hiermee om te gaan. Dit heeft belangrijke gevolgen voor de vrijheid van vereniging en het recht op collectieve onderhandelingen, aangezien werknemers zonder vaste contracten moeilijk te organiseren en te vertegenwoordigen zijn. Volgens de wet kan men immers enkel vakbondslid worden met een vast contract.
Sterke vakbonden zijn noodzakelijk voor de verdediging van werknemers
Het programma met de Keniaanse vakbonden richt zich op het versterken van hun representativiteit en capaciteit, zodat zij de rechten van werknemers in hun sectoren beter kunnen verdedigen. Daarbij ligt een sterke nadruk op sociaal overleg en het realiseren van stabielere en betere arbeidsomstandigheden. Sinds 2017 vormt werknemerseducatie de rode draad in alle activiteiten in Kenia.
De transportsector
In de Keniaanse transportsector ondersteunt ISVI, samen met de Belgische Transportbond (BTB) en de Internationale Transportarbeidersfederatie (ITF), sinds 2015 de Kenyan Dock Workers’ Union (DWU) en de Kenyan Long Distance Truck Drivers Union (KLDTDU). De focus ligt op het versterken van de vakbondscapaciteiten via opleiding van kaderleden en afgevaardigden, en via sensibiliserings- en ledenwervingscampagnes.
In deze cyclus willen we concreet:
- De capaciteiten van transportvakbonden verder versterken op het vlak van vakbondsbeheer, ledenbeheer, ledenwerving, sociaal overleg en dienstverlening, via opleidingen voor kaderleden en afgevaardigden.
- De juridische dienstverlening aan leden versterken door een team van juridische assistenten (paralegals) op te leiden die voorbereidende werkzaamheden uitvoeren, eenvoudige zaken behandelen en collectieve arbeidsovereenkomsten laten registreren. Daarnaast worden werknemers gesensibiliseerd en georganiseerd via campagnes, onder meer aan grensposten en tankstations.
- Vakbondsafgevaardigden de nodige kennis en tools bieden om werknemers te informeren over HIV/AIDS, vrijwillig testen en correct medicijngebruik. Daarbij ligt de nadruk op opleiding rond veiligheid en gezondheid op het werk en op het onderhandelen van sterke collectieve arbeidsovereenkomsten.
- Werknemers bewust maken van hun rechten en hoe ze deze kunnen afdwingen via sociaal overleg, onder meer via de methodologie van studiekringen.
Metaalsector
IFSI en ABVV Metaal ondersteunen sinds 2007 de Keniaanse metaalvakbond Kenyan Engineering Workers’ Union (KEWU). In een eerste fase werd ingezet op het versterken van de vakbondsstructuren, interne communicatie en capaciteiten van kaderleden. Hiervoor werden opleidingen georganiseerd rond organisatiebeheer, onderhandelen, strategische planning, communicatie en leiderschap. Daarnaast werd gewerkt aan een databank voor ledenregistratie en aan vakbondstools en promotiemateriaal.
In 2017 startte KEWU met studiekringen om werknemers op te leiden rond arbeidswetgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten, veiligheid en gezondheid en HIV/AIDS. Zo krijgen meer werknemers inzicht in hun rechten en hoe zij deze kunnen verdedigen. KEWU blijft inzetten op vorming van afgevaardigden en versterkt tegelijk haar interne werking door duidelijke beleidslijnen en procedures uit te werken (financiën, communicatie, ledenbeheer, gender en jongeren). De opleiding van juridische assistenten in de vorige cyclus heeft de capaciteit van KEWU om leden juridisch te verdedigen sterk versterkt. De vakbond zal deze inspanningen ook buiten het IFSI‑programma verderzetten.
Federatie
Samen met het federaal ABVV ondersteunt ISVI de Central Organisation of Trade Unions of Kenya (COTU-K), de Keniaanse vakbondsfederatie, bij het versterken van haar autonomie om basisvorming te bieden aan werknemers en vakbondsvertegenwoordigers.
Om een groot aantal mensen te bereiken, wordt gebruikgemaakt van de studiekringmethodologie van PANAF, het panafrikaanse vakbondsprogramma. Dit programma is actief in 15 Afrikaanse landen en wordt gedragen door onder meer LO en TCO (Zweden), ABVV, CUT (Brazilië), ITUC‑Africa en OATUU. De strategie bestaat erin een sterk en verenigd vakbondsnetwerk op te bouwen via studiekringen.
Studiekringen zijn een vorm van permanente arbeiderseducatie, aangepast aan de Afrikaanse context. Deze methode, geïnspireerd op traditionele vormen van leren via groepsgesprekken, verhalen en uitwisseling, maakt het mogelijk om met beperkte middelen veel werknemers te bereiken.
De doelstellingen van deze studiekringen zijn:
- De kennis en capaciteiten van vakbonden en hun leden versterken
- Kritisch denken en analytische vaardigheden stimuleren
- Ervaringen uitwisselen met respect voor verschillende meningen
- Solidariteit bevorderen
- Democratische waarden versterken
- Leden voorbereiden op toekomstig leiderschap
