Pays
Congo-Kinshasa
Thème
Migratie, Waardig Werk
Bailleur
DGD
Partenaire FGTB
ABVV-FED

Quelques chiffres-clés

1.5%
werkloosheidsgraad
96%
% tewerkgesteld in de informele economie
31.4%
% jongeren die noch werken, noch studeren
13%
syndicalisatiegraad (uitsluitend binnen de formele economie)
5%
% beschermd door sociale zekerheid
80%
% armoede onder werkenden
4: Systematische schendingen
indicatie IVV van rechtenschendingen
171
welzijnsindex / 193 landen

De Democratische Republiek Congo is een gigantisch land (het oppervlak komt ongeveer overeen met dat van West-Europa), dat in het verleden door Leopold II en daarna door België werd gekoloniseerd, en dat tussen de 90 en 100 miljoen inwoners telt. Het is typerend voor het land dat mensen er niet veel van weten. Kinshasa is de hoofdstad.

De DRC kreeg deze naam nadat het na het regime van Mobutu was omgedoopt tot Zaïre. Momenteel is Félix Tshisekedi president en hij geeft aan dat hij probeert het land weer op de rails te krijgen en ook meer in lijn te brengen met de internationale gemeenschap na het regime van Kabila (vader en zoon). Een van de belangrijkste problemen die de ontwikkeling van het land belemmeren, is corruptie. Tot nu toe is de huidige president er niet in geslaagd dit probleem op een significante manier aan te pakken. Het land is officieel democratisch en heeft een tweekamerstelsel.

De economie van de DRC wordt gekenmerkt als zeer extractief. Landbouw, bosbouw en mijnbouw zijn bijzonder belangrijk voor het land. Koper wordt al lang gewonnen, maar naast vele andere waardevolle grondstoffen is er ook kobalt. Deze grondstof is essentieel voor moderne technologie en de DRC is goed voor 60% van de huidige wereldproductie. Helaas vertaalt deze rijkdom aan grondstoffen zich niet in een hogere levensstandaard voor het land, noch in een significante ontwikkeling of de opbouw van een industrieel weefsel in het land. De toegevoegde waarde die voortkomt uit de verwerking van deze grondstoffen wordt voornamelijk gerealiseerd in de ‘ontwikkelde’ landen/het Global North. Dit maakt het land zeer afhankelijk en ook kwetsbaar voor de buitenlandse vraag (met name van China, dat alleen al 40% van de gewonnen grondstoffen verbruikt) en voor de prijzen op de internationale markten. Ondanks de rijkdom aan grondstoffen is het belangrijk om het belang van landbouw, bosbouw en visserij voor de werkgelegenheid (75%) en hun aandeel in het bbp (ongeveer 50%, afhankelijk van de bron) te benadrukken.

Bovendien is de rijkdom aan grondstoffen een drijvende kracht achter gewapende conflicten en geweld, met name en niet toevallig in de regio’s die rijk zijn aan deze grondstoffen. Gewone burgers zijn de belangrijkste slachtoffers en moeten vaak vluchten. Degenen die blijven, betalen dit met hun leven of worden het slachtoffer van brutaal geweld en verkrachtingen. Dit heeft ook een negatieve impact op de (economische) ontwikkeling.

De meeste werknemers bevinden zich in de informele economie. Formele banen zijn vooral te vinden bij de overheid (ambtenaren) en in semi-overheidsinstellingen. De Wereldbank schat het percentage informele werknemers op 80%, terwijl de vakbonden beweren dat het 97% is. Dit hoge percentage vertaalt zich ook in een hoog percentage werknemers dat in armoede leeft. De COVID-19-pandemie heeft deze situatie nog verergerd. In 2018 (vóór de pandemie) schatte de Wereldbank het aantal mensen dat van minder dan 1,90 dollar per dag (de internationale armoedegrens) moest rondkomen op 73 % van de bevolking, ofwel 60.000.000 mensen.

Op vakbondsniveau zien we een enorme wildgroei en versnippering van de vakbonden, maar ook een lage vakbondsgraad (5%). Vooral werknemers in de formele sector zijn georganiseerd. Er is een groeiend bewustzijn en ook begrip voor de noodzaak om werknemers in de informele economie te organiseren. De meeste vakbonden zijn ideologisch geïnspireerd.