Social profit

De socialprofitsectoren eisen een snel, ambitieus en bindend sociaal akkoord, voor de werknemers en om toegankelijke en kwaliteitsvolle zorg, welzijn en cultuur te garanderen

630.000 werknemers, 471.000 voltijdse equivalenten, 15% van de Belgische arbeidsmarkt, 25% geëngageerde mannen en 75% geëngageerde vrouwen. Dat zijn de naakte cijfers van de socialprofitsectoren.

Van bij de geboorte tot aan het levenseinde, in elke fase van het leven, komt iedereen in contact met werknemers uit de social profit: aan het kraambed, bij thuiszorg na een geboorte, in het ziekenhuis, bij verpleegkundige zorg na een ingreep, in de kinderopvang, in jeugdbewegingen of sportclubs, tijdens toeristische activiteiten, in de zoektocht naar werk of een opleiding, bij culturele bezoeken, wanneer het thuis moeilijker loopt, bij mentale of psychische problemen, wanneer onze ouders naar een woonzorgcentrum gaan, tot aan de laatste momenten van het leven. Niemand, absoluut niemand, ontsnapt aan professionele zorg en ondersteuning.

Daarom zijn warme, toegankelijke en kwaliteitsvolle zorg geen luxe, maar essentiële diensten en een fundamenteel recht voor iedereen.

Deze essentiële dienstverlening wordt gedragen door 630.000 werknemers: 472.000 vrouwen en 157.000 mannen, die al te vaak werken in onvrijwillig deeltijdse, flexibele en onderbetaalde jobs.

En toch wachten deze werknemers al meer dan twee jaar — midden in een diepe crisis in zorg en welzijn — op nieuwe sociale akkoorden. Akkoorden die nodig zijn om de lonen en arbeidsvoorwaarden te verbeteren, nieuwe collega’s aan te trekken, de personeelsbezetting op peil te brengen, een evenwicht mogelijk te maken tussen werk en privé en een einde te maken aan het structureel opgelegde deeltijdse werk. Twee jaar sociale stilstand betekent twee jaar achteruitgang, voor werknemers die elke dag meer doen dan van hen verwacht wordt, met engagement en solidariteit, in het belang van de hele bevolking.

In november 2024 kwamen 30.000 werknemers op straat om een snel sociaal akkoord te eisen. In mei 2025 volgden opnieuw meer dan 32.000 betogers. Er werd actie gevoerd in alle mogelijke vormen, van klein en symbolisch tot groot en massaal. Bijna alle actievormen passeerden de revue, behalve de algemene staking.

En wat kregen we daarvoor in de plaats? Besparingen, een geplafonneerde indexering, het loslaten van personeelsnormen en de afschaffing van een maribelsysteem dat meer dan 600 jobs zou creëren — jobs die er niet zullen komen. Maar daar stopt het niet. De opleidingsmogelijkheden worden beperkt, waardoor de instroom en het behoud van nieuwe werknemers onder druk komen te staan. De loonnorm verhindert elke vorm van echte financiële erkenning. Ingrepen in de pensioenen treffen een sector die hoofdzakelijk uit deeltijds werkende vrouwen bestaat nog harder. Tegelijk zorgt een ongeremde commercialisering ervoor dat publieke middelen wegvloeien naar de winsten van internationale spelers, met ontsporingen die we bijna maandelijks in de media zien. De factuur in woonzorgcentra ligt gemiddeld 500 euro hoger dan een werknemerspensioen. Ondertussen worden langdurig zieken en werkzoekenden als zondebokken aangewezen, terwijl zij deze crisis niet hebben veroorzaakt. Daarbovenop komt de verdere afbraak van de sociale zekerheid en de aanvallen op de mutualiteiten, die net onze sector beschermen. En alsof dat nog niet volstaat, worden sociale meerjarenakkoorden vooruitgeschoven naar 2028 — of zelfs naar de volgende legislatuur voor onze Waalse kameraden.

Dit is onaanvaardbaar.

Daarom stelt het federaal congres van het ABVV, meer dan ooit, dat de werknemers in de social profit recht hebben op echte sociale meerjarenakkoorden: ambitieuze en bindende akkoorden met een substantieel budget. Akkoorden die zorgen voor betere en eerlijkere lonen, meer collega’s op de werkvloer, degelijke compensaties voor flexibiliteit, meer opleiding en vorming, correcte toeslagen voor onregelmatige arbeid en stabiele, voorspelbare werkroosters. Akkoorden die bouwen aan een sector ver weg van commercialisering en vermarkting, want zorg en winst gaan niet samen.

Maar dat volstaat niet. Het ABVV eist ook een echte en ondubbelzinnige verlaging van de voltijdse norm, met behoud van loon, zodat werknemers die vandaag verplicht deeltijds werken eindelijk perspectief krijgen op een voltijdse verloning. Een eis die het werk werkbaar maakt en aansluit bij de realiteit op de werkvloer.

Het ABVV wacht niet langer.

Het ABVV eist dit sociaal akkoord vandaag.
Het ABVV eist dit voor de werknemers en alle gebruikers van zorg, welzijn en cultuur.

Scroll naar boven