Vier jaar geleden werd de motie “No Pasaran” verdedigd en gestemd door ons federaal congres.
Zij ontwikkelde het idee dat “de strijd tegen extreemrechts voor een vakbondsorganisatie vooral gevoerd wordt door het voortdurend uitoefenen van een tegenmacht, door de opleiding en ondersteuning van militanten, en door eisen te formuleren en strijd te voeren die het dagelijks leven van arbeiders verbeteren, of ze nu aan het werk zijn of niet. Eisen voor een verhoging van het minimumloon, sterke en kwalitatieve openbare diensten, het opheffen van het keurslijf van de wet van 96, betere arbeidsomstandigheden overal… passen dan ook volledig binnen de antifascistische strijd”.
Op basis hiervan pleitte die motie voornamelijk:
- Voor een strijd tegen extreemrechts, via meervoudig werk op het terrein, aan de vooravond van cruciale verkiezingen,
- Het steunen van de oproep van de 8 mei-coalitie om deze datum weer tot feestdag te maken,
- Dat het ABVV initiatief neemt voor de uitbouw van een intersyndicale structuur zoals die in Frankrijk bestaat met VISA (Vigilance en antifascistische vakbondsinitiatieven)
Vier jaar later zijn de resultaten van deze motie over het algemeen positief. Maar we kunnen, we moeten, veel meer doen gezien de urgentie en de autoritaire, illiberale uitwassen van de partijen die momenteel aan de macht zijn.
Hoewel er nog geen inter-vakbondstructuur is opgezet, is de kwestie van de strijd tegen extreemrechts weer centraal gesteld in de campagne, vorming, communicatie… van onze organisatie. Het was essentieel. Maar het is nu hoog tijd om intern een antifascistische “structuur” te creëren die in staat is onze leden te coördineren en te organiseren tijdens dringende acties, een structuur die in staat is om te reageren ter zelfverdediging van onze demonstraties tegenover pogingen om extreemrechts te infiltreren, zoals Vlaams Belang probeerde tijdens een nationale demonstratie van de non-profitorganisatie. Italië en Frankrijk laten ons zien dat we verre van immuun zijn.
Rond 8 mei speelde het ABVV een belangrijke rol in de verspreiding van de campagnes van de 8 mei-coalitie. Het ABVV nam op het hoogste niveau deel aan de jaarlijkse bijeenkomst in Breendonk op de zondag die het dichtst bij 8 mei lag, evenals aan de verschillende demonstraties die op dezelfde dag in de steden werden georganiseerd. Op sommige plaatsen heeft het zelfs besloten om de eis toe te passen door 8 mei een vrije dag te maken. Een voorbeeld om te volgen!
Ten slotte heeft de actie ter plaatse het mogelijk gemaakt om te voorkomen dat de partij “chez nous” verkozenen krijgt in Franstalig België en dat Vlaams Belang de leidende partij in Vlaanderen wordt. Toch moet worden erkend dat succes op dit niveau getemperd moet worden door het ontstaan van een regering die veel rechtser is dan de vorige. Een regering die al onze sociale verwezenlijkingen hard aanvalt en druk uitoefent op onze rol als tegenmacht en aan de concrete resultaten die we kunnen realiseren voor de werknemers. Deze resultaten over de leef- en arbeidsomstandigheden van mensen vormen de basis van onze antifascistische strijd. Laten we toevoegen dat het Vlaams belang erin geslaagd is om op lokaal niveau aan de macht te komen en dat er een extreemrechtse verschuiving is van MR en NV-a. Duidelijk is dat als de extreemrechtse structuren grotendeels zijn geblokkeerd, ideeën zich toch verder verspreiden. Deze verspreiding vereist dat we op deze partijen toepassen wat wij op extreemrechts toepassen: een compromisloos cordon sanitaire.
Ernstiger, en dit is de belangrijkste reden voor deze motie, is dat de repressie van antifascistische activisten versneld. Deze criminalisering is niet uniek en treft ook klimaat-, studenten- en feministische activisten. We kunnen niet zwijgen, of passief blijven, tegenover deze repressie die veel van onze kameraden treft. En die al vakbondsleden beïnvloedt tijdens stakingsposten, tijdens demonstraties…
We kunnen als organisatie claimen dat we, door een bredere coalitie van militante groepen samen te brengen, we de goedkeuring van de Van Quickenborne-wet tijdens de vorige legislatuur hebben kunnen voorkomen. Maar vandaag is het minister Quintin die met een nog moeilijker project komt. En dit in een context waarin het strafrecht al is aangepast met problematische begrippen zoals “”kwaadwillige belemmering” en waar de politie soms extreem gewelddadig wordt aangezet om in te grijpen, zoals tijdens de vakbondsdemonstratie van 12 maart.
Deze repressieve daden vereisen ook dat we onze handelwijzen herzien, ze diversifiëren en inspiratie halen uit wat andere bewegingen met grote efficiëntie doen. Geconfronteerd met een steeds assertiever autoritarisme moeten we radicaal verzet aangaan.
Ter gelegenheid van dit congres verklaart het ABVV met kracht en overtuiging dat het altijd aan de zijde zal staan van strijdende kameraden. Vanuit zijn geschiedenis en de sociale strijd die het heeft gevoerd, soms buiten het door reactionaire regeringen opgelegde kader waartegen het zich verzette, zal het indien nodig niet aarzelen om solidariteitsmechanismen te activeren.
Daarnaast zal zij zich met alle middelen tot haar beschikking verzetten tegen de criminalisering van haar activiteiten en die van het sociale front waaraan zij actief deelneemt, evenals tegen de beperking van haar vrijheden om te demonstreren en te staken.
In een tijd waarin de term antifascist gebruikt wordt om systematisch en op grote schaal de strijd in diskrediet te brengen, verklaart het ABVV zich resoluut antifascist en ze dat zullen we blijven doen.
