Het ABVV zal altijd resoluut voor vrede kiezen

Het Congres stelt vast dat de huidige internationale context wordt gekenmerkt door een toenemend aantal gewapende conflicten, oplopende geopolitieke spanningen, de terugkeer van blokvorming, de opmars van extreemrechts en de versnelde militarisering en herbewapening.

In die context proberen tal van politieke en economische krachten het idee ingang te doen vinden dat oorlog onvermijdelijk is geworden en dat de enige toekomst ligt in oorlogseconomie, een voortdurende verhoging van de militaire uitgaven en een algemene voorbereiding van samenlevingen op confrontatie.

Het Congres verwerpt dat fatalisme. 

De socialistische arbeidersbeweging heeft zich altijd ingezet voor vrede, samenwerking tussen volkeren en internationale solidariteit. Van Jean Jaurès tot de grote syndicale strijd tegen imperialistische oorlogen herinnert onze geschiedenis ons eraan dat werknemers nooit belang hebben bij een oorlogslogica die in de eerste plaats de economische, financiële en geopolitieke belangen van de machtigen dient.

Zoals Jean Jaurès zei: “Het kapitalisme draagt de oorlog in zich zoals de wolk de storm.”  Hij had toen al kritiek op een samenleving die gestoeld is op wijdverbreide concurrentie, machtsverhoudingen en winstbejag, en die onvermijdelijk leidt tot gewapende conflicten tussen volkeren.  Het Congres verwerpt de logica dat ”als je vrede wilt, je je moet voorbereiden op oorlog”. 

Deze logica voedt militaire escalatie, wakkert het wantrouwen tussen staten aan en maakt oorlog stilaan aanvaardbaar als politiek perspectief. Wie inzet op oorlog, effent ook het pad voor oorlog.

Het Congres stelt daartegenover dat als we vrede willen bereiken, we aan vrede moeten bouwen door:

  • het internationaal recht te versterken; 
  • de multilaterale instellingen te verdedigen; 
  • de samenwerking tussen volkeren te ontwikkelen; 
  • sociale ongelijkheid te bestrijden; 
  • de openbare diensten te beschermen; 
  • te investeren in onderwijs, gezondheid en klimaattransitie;
  • nationalisme, racisme, kolonialisme en extreemrechts te bestrijden.

Het Congres herinnert eraan dat mensenrechten, de waardigheid van volkeren, het recht op zelfbeschikking en het respect voor grenzen universele beginselen zijn die door geen enkele vorm van macht of overheersing ter discussie mogen worden gesteld. 

Het veroordeelt elke schending van het internationaal recht, ongeacht de herkomst ervan. 

Het Congres wijst ook de hypocriete retoriek af waarbij mensenrechten worden gebruikt als voorwendsel voor interventies die worden ingegeven door geopolitieke of economische belangen. Niemand kan serieus geloven dat grootmachten oorlogen voeren om de rechten van vrouwen, de democratie of de vrijheid te verdedigen, terwijl zij tegelijkertijd elders autoritair, repressief of discriminerend beleid steunen of tolereren. 

Het Congres wijst er nadrukkelijk op dat de burgerbevolking altijd het eerste slachtoffer is van gewapende conflicten. Het betuigt zijn solidariteit met alle volkeren die het slachtoffer zijn van oorlog, bezetting, oorlogsmisdaden en imperialistische praktijken. 

Zonder afbreuk te doen aan de ernst van andere gewapende conflicten wereldwijd wijst het Congres nogmaals op de absolute noodzaak om het internationaal recht in het Midden-Oosten na te leven, veroordeelt het de afslachting van de burgerbevolking en benadrukt het dat de volle en volledige erkenning van de rechten van het Palestijnse volk een onontbeerlijke voorwaarde is voor een rechtvaardige en duurzame vrede in de regio. 

Het Congres herinnert eraan dat een wapenwedloop nooit neutraal is. Een economie die rond herbewapening wordt georganiseerd, leidt onvermijdelijk tot een dynamiek van confrontatie. Legers worden getraind, wapens getest, militaire doctrines toegepast en arsenalen worden vroeg of laat ingezet.

De menselijke gevolgen van dit beleid worden altijd in de eerste plaats gedragen door de arbeidswereld. Het zijn de kinderen van werknemers die worden ingelijfd, naar het front gestuurd en als kanonnenvlees worden opgeofferd in conflicten die zonder hen en tegen hun belangen worden beslist.

Het Congres benadrukt dat collectieve veiligheid niet kan worden herleid tot almaar meer bewapening of de militarisering van samenlevingen. Echte veiligheid vloeit voort uit meer gelijke, democratische en solidaire samenlevingen die de mensenrechten respecteren. De opkomst van nationalisme en extreemrechts gedachtengoed, vandaag gepromoot door autoritaire regeringsleiders, leidt onvermijdelijk tot een oorlogslogica.

Tot slot bevestigt het Congres opnieuw dat de syndicale strijd onlosmakelijk verbonden is met de strijd voor vrede.

Want echte vrede bereik je immers niet door oorlog voor te bereiden maar wel door aan vrede te bouwen.

Scroll naar boven