Het sociaal overleg is een cruciaal thema in België.
Ons ganse sociale stelsel is gebaseerd op en wordt gestuurd door akkoorden tussen sociale partners: eerst op het hoogste niveau, het interprofessionele niveau, daarna in de sectoren en tot slot in de bedrijven.
Ongeacht het niveau vormen collectieve akkoorden het cement van ons sociale stelsel.
Centenindex
De stemming in het parlement over de centenindex is een dolksteek voor het sociaal overleg en toont eens te meer de leugens van de regering aan: ze beweert het sociaal overleg te respecteren, maar veegt haar voeten aan een akkoord dat symbolisch is voor het gevonden evenwicht én pragmatisch in zijn uitwerking.
De regering moet haar job doen!
De regering had het sociaal overleg moeten respecteren en het voorgestelde systeem uitbreiden naar de werknemers van de openbare diensten en mensen met een sociale uitkering.
Vergeten we niet dat iets zo complex als de loonindexering gebaseerd is op akkoorden tussen sociale partners, sectorale cao’s en bedrijfsakkoorden.
Gebakken lucht, een stinkende kameel!
Hoewel de G10 een evenwichtig voorstel heeft uitgewerkt, legt de regering dit naast zich neer en kiest ze met haar eigen centenindex voor gebakken lucht.
Enerzijds komt dit systeem inhoudelijk niet tegemoet aan onze belangrijkste bekommernissen: het behoud van een indexering van alle lonen, zowel in de private als in de publieke sectoren, en dit ongeacht het inkomensniveau, zodat er middelen gaan naar de overheidsfinanciën die garant staan voor kwaliteitsvolle openbare diensten en een sterke sociale zekerheid.
Anderzijds is het systeem dermate complex dat het niet transparant zal zijn, een correcte toepassing onmogelijk wordt en de in de bedrijven onderhandelde barema’s al helemaal niet gerespecteerd kunnen worden. Om meerdere redenen moet dit systeem dus bestreden worden. Het begin van het einde?
Meer algemeen is de minachting van de regering voor het sociaal overleg een alarmsignaal zoals we nog maar zelden hebben gezien.
Vanaf september hadden we immers moeten praten over de verdeling van de welvaartsenveloppe, een budget dat door de regering grotendeels is geschrapt – opnieuw een dolksteek voor het sociaal overleg.
Meteen daarna volgt het interprofessioneel akkoord. Er zal gepraat worden over de harmonisering van de paritaire comités, over het zogenaamde herenakkoord (omkadering van het stakingsrecht), over de afronding van de harmonisering van het statuut arbeiders-bedienden, en ook over de wet van 1996 en de loonindexering.
Al deze thema’s vormen duidelijk de corebusiness van de sociale partners. Op een heel kunstmatige manier laat de regering hen maar bijzonder weinig tijd om dit te bespreken, om dan zelf de dossiers in handen te nemen als er geen akkoord is.
Intussen weten we dat zij op bepaalde punten al eenzijdig maatregelen heeft genomen, zoals rond de welvaartsenveloppe, de proefperiode, de beperking van de opzegtermijnen, de centenindex…
Sociaal overleg moet voortgezet worden!
Wij weten hoe moeilijk het de voorbije jaren geworden is – en dan vooral met deze regering – om nog echt te kunnen onderhandelen, aangezien de regering de werkgevers in een zetel plaatst. En als er dan toch ruimte voor onderhandeling is, vaak afgedwongen door de vakbonden, geeft de regering daar niet om en saboteert ze de resultaten van het sociaal overleg.
Als vakbond die dagelijks werkt aan overleg is het duidelijk: de regering moet de thema’s van het sociaal overleg respecteren en de autonomie van de sociale partners vrijwaren op deze domeinen die traditioneel en al jarenlang in ons DNA en in ons sociaal model zitten. Komend najaar zal op dit vlak allesbepalend zijn!
Het spreekt vanzelf dat, als de regering aan één van de pijlers van onze sociale democratie blijft zagen, zij ons op haar weg zal vinden. Het is ook de verantwoordelijkheid van de werkgevers om al hun gewicht in de schaal te leggen zodat dit sociaal overleg kan leiden tot evenwichtige akkoorden en we samen de resultaten kunnen opleggen aan de regering. Anders wordt het een schijnvertoning.
Sociaal overleg is geen slogan: het is een realiteit van alledag, het leidt tot evenwichtige en transparante
compromissen die gerespecteerd moeten worden. Wie dat ontkent, ontkent de sociale democratie. En in sociale democratie zit het woord “democratie”!
